In gesprek met Rebekka Tselms (PvdA)

Op donderdag 4 maart is Rebekka Tslems van de PvdA in gesprek gegaan met de Raad van Oost.
In deze blog kun je het gesprek tussen Rebekka en de jongeren van de Raad van Oost lezen.

De coronacrisis heeft jongeren disproportioneel hard geraakt: zij raken massaal hun banen kwijt, krijgen minder goed onderwijs en hebben de meeste last van de contact beperkende maatregelen. Deze kwetsbare positie van jongeren is door de coronacrisis uitvergroot, maar bestond al veel langer. Juist de jongere generaties hebben minder zeker werk, meer studieschulden en kunnen mede daardoor moeilijk aan een woning komen. Om te horen wat jongeren zelf de grootste problemen vinden en welke politieke oplossingen zij zien ging ik in gesprek met de Raad van Oost – een adviesraad voor de lokale politiek, bestaande uit jongeren in mijn stadsdeel, Amsterdam Oost.

De 12 aanwezige jongeren identificeerden zelf twee belangrijke thema’s: hun financiële positie en het vertrouwen van jongeren in de politiek en de toekomst.

Financiële positie van jongeren
De financiële problemen waar jongeren mee kampen worden vooral veroorzaakt door de hoge uitgaven – met als belangrijkste factoor de huur van een kamer of appartement. Hoewel mijn gesprekspartners blij waren dat veel partijen de studiebeurs willen uitbreiden, zagen zij dat als een geringe factor in het geheel. Bij een kamerhuur van 700 (!) euro kom je ook met de basisbeurs niet rond. Zeker niet aangezien de meeste studies adviseren om niet naast het studeren te werken. Dit brengt studenten in een lastige spagaat: zij willen graag alles uit hun studie halen, maar kunnen onmogelijk rond komen als zij niet ook tijd besteden aan betaald werk. Dit brengt enorme stress met zich mee.

Als groot probleem zagen zij ook de tweedeling die telkens wordt vergroot: jongeren met rijke ouders hebben een goede woning, kunnen hun tijd besteden aan hun studie en hebben aan het begin van hun werkzame leven geen studieschuld, waardoor zij een huis kunnen kopen en een leven op kunnen bouwen. Jongeren uit gezinnen met lagere inkomens hebben deze luxe niet, en krijgen daardoor veel minder kansen om zich te ontwikkelen.

Oplossen van de wooncrisis stond bovenaan de wensenlijst van de Raad. Politici moeten zich focussen op dit grote probleem, en niet allerlei kleine regelingen optuigen om jongeren hier een daar een doekje voor het bloeden te geven. Zoals één jongeman het verwoordde: “jullie kunnen me wel allemaal kleine cadeautjes geven, maar wat heb ik daaraan als ik niet eens een huis heb waar ik die kan bewaren”.

Jongeren en de politiek
Er is een enorme kloof tussen jongeren en de politiek. Vooral de langzame processen van de overheid en het gebrek aan transparantie zorgen ervoor dat jongeren hun interesse verliezen. Hierbij legde een dame de vinger op de zere plek: het kost de overheid jaren om kleine stappen te zetten om problemen in onderwijs, klimaat of woningmarkt op te lossen, maar in de coronacrisis kon er ineens wél snel gehandeld worden. De Raad begreep dat we te maken hebben met een crisis, maar ook wonen en klimaat zijn crises die onze toekomst bedreigen. Waarom pakt de politiek die niet ook voortvarend aan? Zoals één lid het verwoordde: “dit is wel onze toekomst, waarom is dat niet ook belangrijk?”.

De Raad kwam met twee oplossingsrichtingen om jongeren meer bij de politiek te betrekken. Ten eerste zou er in het onderwijs meer aandacht moeten zijn voor de werking van de politiek en de overheid. Op alle schoolniveaus zou hierover gesproken moeten worden en moeten kinderen en jongeren geïnformeerd worden. Veel jonge mensen haken af omdat zij niet weten hoe de politiek werkt en zich daarom niet als onderdeel hiervan zien. Terwijl de politiek ook besluiten neemt die voor jongeren belangrijk zijn. Dat moet worden opgelost.

De tweede oplossing vereist een grote cultuurwijziging. Er is meer transparantie nodig: de politiek moet meer contact zoeken met alle groepen in de maatschappij. Luisteren én verantwoording afleggen over politieke keuzes moeten de norm worden. En één lid stelde een basale vraag: kan de overheid echt niet sneller acteren? Zijn de stroperige processen echt nodig? Als er een goed idee is moet dat toch snel kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd, zodat de maatschappij beter wordt?

Ik ben ontzettend onder de indruk van de welbespraakte jongeren en hun weldoordachte standpunten. De belangen van jongeren moeten véél hoger op de prioriteitenlijsten van de politiek komen. Jongeren moeten meer worden betrokken bij de besluitvorming in Den Haag. Ook chronische crises, zoals de wooncrisis en klimaatcrisis moeten daadkrachtig worden aangepakt. Anders ziet onze toekomst er veel minder rooskleurig uit! En, zoals een jonge vrouw het in het gesprek verwoordde: “hoe kan het dat wij dit allemaal kunnen bedenken, maar de politici in Den Haag dit niet zien?”. Het is echt tijd!